In Nederland leven heel veel verschillende soorten dieren. Soms zorgen deze voor grote schade op het land van boeren of in kwetsbare, beschermde natuurgebieden of voor een onveilige situatie in het verkeer of op vliegvelden. In die gevallen zijn maatregelen nodig; dit noemen we faunabeheer.
Bij schade (aan bijvoorbeeld landbouwgewassen maar ook aan zeldzame planten of dieren), overlast, of gevaar voor de openbare veiligheid en volksgezondheid veroorzaakt door in het wild levende dieren kunnen in Limburg verschillende soorten maatregelen worden ingezet. Dit zijn maatregelen als weren, verjagen, verstoren, vangen, nesten afbreken of in het uiterste geval doden van een of meer probleem veroorzakende dieren. Deze maatrelen zijn allemaal gebaseerd op diverse landelijke en provinciale en wettelijk vastgelegde mogelijkheden (omgevingsvergunningen, vrijstellingen, opdrachten, of jacht op wildsoorten in het jachtseizoen).
Faunabeheer kan emoties oproepen. Zouden we echter geen beheer uitvoeren, dan kan dat onder andere leiden tot een grotere kans op aanrijdingen en grote schades in de landbouw. De afweging van de hierbij in het geding zijnde belangen is de verantwoordelijkheid van de provincie Limburg. De FBE adviseert de provincie daarbij en coördineert de uitvoering van het vastgestelde beleid.
Algemeen
Het bestuur van de FBE Limburg is breed samengesteld met (in alfabetische volgorde) vertegenwoordigers van de Dierenbescherming, het Koninklijk Natuurhistorisch Genootschap in Limburg, de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, de Limburgse Land- en Tuinbouwbond, de Natuur- en Milieufederatie Limburg, Natuurmonumenten, de Nederlandse Organisatie voor Jacht & Grondgebruik, Staatsbosbeheer, de Stichting het Limburgs Landschap en de vereniging Limburgs Particulier Grondbezit.
Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van Kracht. Deze wet vervangt de Wet natuurbescherming.
De jacht op wildsoorten heeft onder andere tot doel het zoveel mogelijk voorkomen van schade. Het gaat dan om wildsoorten die in Limburg traditioneel in het jachtseizoen worden bejaagd. In jachtvelden waar er genoeg van zijn worden deze bejaagd voor consumptie. De jager heeft daarbij de wettelijke plicht om een zodanige stand te handhaven dat schade wordt voorkomen en er genoeg wild overblijft om de stand goed te houden.
Uitvoering van het beheer
Binnen het faunabeheer wordt een belangrijke rol toegedacht aan de in totaal 35 lokale Wildbeheereenheden (WBE’s: lokale jagersverenigingen). Zij dragen zorg voor het op de juiste plek inzetten van provinciale omgevingsvergunningen en het verzamelen van gegevens over tellingen, afschot en aanrijdingen met wild. Leden van deze WBE’s zijn als uitvoerder in het veld van groot belang, zowel bij het vaststellen van het aantal voor de FBE relevante dieren dat er voorkomt, als (samen met andere grondgebruikers als boeren en terreinbeheerders) bij het voorkómen van schade. De wildbeheereenheid organiseert minimaal één keer per jaar overleg met andere beheerders in het gebied om het faunabeheer op lokaal niveau af te stemmen.
Wij staan voor de uitvoering van het faunabeleid van de provincie Limburg
